sluiten

Salaam aleikoem wa rahmatullah wa barakatuhu,

Welkom op de vernieuwde site van Islamhome. Op deze site staan honderde (vertaalde) artikelen met info over Islam op alle gebieden, zoals geloofsleer, adviezen voor moslims, vragen met betrekking tot huwelijk etc. Ook is er info voor niet-moslims die interesse hebben in Islam, er meer over willen weten of misschien zelfs willen bekeren tot ons geloof.

We proberen zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken, maar mochten er onjuistheden in de artikelen voorkomen vragen wij Allah ons hiervoor te vergeven.

Voor meer informatie, reacties en vragen over de getoonde informatie of over de site zelf, kun je ons contacteren op islamhome.info@gmail.com

We doen ons best om Islamhome zo actueel mogelijk te houden door dagelijks de site te up-daten en nieuwe informatie toe te voegen. Je kunt ons hierbij ook volgen op Twitter en Hyves.

Islamhome Team

Info & Contact
Islamhome.info toevoegen aan favorieten!
Word onze vriend(in) op Hyves!
Volgens
ons op Twitter!
Word onze vriend(in) op Facebook!
23
mei
2010
Muhammad - biografie PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Administrator   

Vraag:
Zou u mij enkele korte details kunnen geven van het leven van Profeet Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem)?

Antwoord:
Alle lofprijzingen komen Allaah toe.
Verschillen en redetwisten kwamen op onder de Kinderen van Israel. Zij introduceerden herzieningen en veranderingen in hun geloof en wetten. Dus waarheid werd vernietigd en valsheid overheerste, onderdrukking en kwaad werd wijdverspreid, en mensen hadden een religie nodig die waarheid zou aantonen, kwaad vernietigen en mensen naar het juiste pad leiden, daarom stuurde Allaah Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zoals Allaah zei (interpretatie van de betekenis):

“En wij hebben jou (O Moehammed) het Boek slechts doen neerdalen om hen duidelijk te maken waarin zij verschillen en als leiding en Barmhartigheid voor een volk dat gelooft.”
[al-Nahl 16:64] 


Allaah stuurde alle Profeten en Boodschappers om op te roepen naar de aanbidding van Allaah alleen, en om mensen van donkerheid naar licht te brengen. De eerste van deze Boodschappers was Nooh en de laatste van hen was Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zoals Allaah zei (interpretatie van de betekenis):
“En voorzeker, wij hebben iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei): “Aanbidt Allah en houdt afstand van de Thaghôet.”
[al-Nahl 16:36] 


De laatste van de Profeten en Boodschappers is Muhammad (Vrede en zegeningen van Allaah zij met hem), dus er is geen Profeet na hem, zoals Allaah zei:
“Moehammed is niet de vader van één van jullie mannen, maar hij is de Boodschapper van Allah en de laatste van de Profeten.”
[al-Ahzaab 33:40] 


Elke Profeet werd exclusief naar zijn eigen mensen gestuurd, maar Allaah stuurde Zijn Boodschapper Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) naar de gehele mensheid zoals Allaah zei (interpretatie van de betekenis):
“En wij hebben jou niet anders gezonden dan aan de gehele mensheid en als een verkondiger van verheugende tijdingen en als een waarschuwer. Maar de meeste mensen weten het niet ”
[Saba’ 34:28] 


Allaah stuurde de Qur’aan naar Zijn Boodschapper, om mensen te leiden en hen van donkerheid naar licht te brengen met de wil van hun Heer. Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):
“Dit is een Boek dat Wij aan jou (O Moehammed) neergezonden hebben, opdat jij de mensen uit de duisternissen naar het licht zult voeren, met verlof van hun Heer, naar het Pad van de Almachtige, de Geprezene.”
[Ibraaheem 14:1] 


De Boodschapper van Allaah, Muhammad ibn Abd-Allaah ibn Abd al-Muttalib al-Haashimi al-Qurashi werd geboren in Makkah in het jaar van de Olifant, het jaar waarin de metgezellen van de Olifant naar Makkah kwamen om de Ka’bah te verwoesten, maar Allaah vernietigde hen. Zijn vader overleed voordat hij geboren werd, en nadat hij geboren werd, verzorgde Haleemah al-Sa’diyyah hem. Toen hij zes jaar oud was, bezocht hij zijn omen van moeders kant in Madeenah met zijn moeder Aaminah bint Wahb. Op de weg terug naar Makkah, overleed zijn moeder in al-Abwaa’. Toen werd zijn groodvader ‘Abd al-Muttalib zijn voogd. Maar ‘Abd al-Muttalib overleed toen Muhammad acht jaar oud was. Zijn oom van vaders kant Abu Taalib werd zijn voogd. Hij zorgde voor hem, behandelde hem vriendelijk en verdedigde hem meer dan veertig jaar, maar toen Abu Taalib overleed was hij er niet toe gekomen in de religie van Muhammad te geloven opdat hij door de Quraysh niet wordt verweten de religie van zijn voorvaders verlaten te hebben.

Toen hij jong was, verzorgde Muhammad de schapen voor de mensen van Makkah, toen reisde hij naar Syrië om zaken te doen in naam van Khadeejah bint Khuwaylid, en hij maakte een goede winst. Khadeejah was geïmponeerd door zijn karakter, en zijn oprechtheid en eerlijkheid, dus hij huwde haar toen hij vijfentwintig was en zij was veertig, en hij huwde geen andere vrouw tot na haar dood.
Allaah liet Muhammad op een goede manier opgroeien, en Allaah zorgde voor hem, dus hij was de beste van zijn mensen in fysieke gezondheid en in houden, hij was de meest vrijgevige, de geduldigste, de meest waarheidsgetrouwe, de oprechtste en de eerlijkste, dus zijn mensen noemden hem al-Ameen (de betrouwbare) .

Toen kreeg hij de neiging naar afzondering, dus hij bracht vele dagen en nachten alleen door in de grot van Hiraa’, aanbiddend en biddend tot zijn Heer. Hij haatte idolen, alcohol en het mengen tussen de verschillende seksen, dus hij besteedde zijn hele leven lang nooit aandacht aan hen.

Toen Muhammad de leeftijd van vijfendertig bereikte, nam hij deel aan het herbouwen van de Ka’bah, welke werd verwoest door een overstroming. Er ontstond een geschil over wie de Zwarte Steen op zijn plaats terug zou moeten zetten, en ze wezen hem aan als scheidsrechter om het geschil op te lossen, dus hij vroeg om een kleed en plaatste de steen er op toen zei hij de stamleiders de hoeken van het kleed vast te houden zodat ze het allen samen konden tillen, toen zette Muhammad het op zijn plaats en zette er stenen en metselspecie omheen.

De mensen van de Jaahiliyyah hadden enkele goede eigenschappen zoals vrijgevigheid, loyaliteit en moed, en ze volgden sommige leringen van de religie van Ibraaheem, zoals Ka’bah vereren en er Tawaaf omheen maken, Hajj en ‘Umrah verrichten en offers offeren. Maar daarnaast hadden ze enkele gewoontes en tradities, zoals geslachtsgemeenschap hebben zonder getrouwd te zijn, alcohol drinken, ribaa consumeren (rente), hun dochters doden, onderdrukking en het aanbidden van afgodsbeelden. 

De eerste die veranderingen bracht in de religie van Ibrahim, en die opriep tot de aanbidding van afgodsbeelden, was ‘Amr ibn Luhayy al-Khuzaa’i, die afgodsbeelden naar Makkah en andere plaatsen bracht, en riep de mensen op ze te aanbidden. Onder deze afgodsbeelden waren Wudd, Suwaa’, Yaghooth, Ya’ooq, en Nasra.

Later, aanbaden de Arabieren ook andere afgodsbeeld zoals het afgodsbeeld van Manaat op een plaats Qadeed genaamd, en al-Laat in al-Taa’if, al-‘Uzza in Wadi Nakhlah, Hubal binnenin de Ka’bah, en andere afgodsbeelden om de Ka’bah, en afgodsbeelden in hun huizen. Mensen bezochten waarzeggers, toekomstvoorspellers en tovenaars om tussen hen te oordelen.

Toen shirk en corruptie zo wijdverspreid werden, stuurde Allaah Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem), toen hij veertig jaar oud was, om de mensen op te reopen Allaah alleen te aanbidden en het aanbidden van afgodsbeelden op te geven. Quraysh veroordeelden hem daarvoor en zeiden:

“Heeft hij de goden tot één God gemaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets.!”
[Saad 38:5 – interpretatie van de betekenis] 


Deze afgodsbeelden bleven aanbeden worden in plaats van Allaah totdat Allaah zijn Boodschapper Muhammad (Vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) met de Boodschap van Tawheed (Eenheid van Allaah) stuurde. Dus hij en zijn Metgezellen (moge Allaah tevreden met hen zijn) braken en verwoesten hen, de waarheid won en onwaarheid werd overwonnen:
“En zeg: “De waarheid is gekomen en de valsheid is ten onder gegaan. Voorwaar, de valsheid gaat ten onder.’”
[al-Israa’ 17:81 – interpretatie van de betekenis] 


De eerste openbaring die neerdaalde naar de Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) was in de grot van Hiraa’ waar hij heen ging om te aanbidden, toen Jibreel naar hem toe kwam en hem opdroeg te lezen. De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zei: “Ik ben geen lezer.” Dit gebeurde opnieuw, en bij de derde keer, zei hij tegen hem:
“Lees voor! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen. Hij heeft de men geschapen van een bloedklomp. Lees voor! En jouw Heer is de meest Edele. 
[al-‘Alaq 96:1-3 – interpretatie van de betekenis] 


De Boodschapper ging terug naar huis, zijn hart bonzend. Hij ging bij zijn vrouw Khadeejah naar binnen en vertelde haar wat gebeurd was, zeggende: “Ik was bang voor mezelf.” Ze kalmeerde hem en zei, “Bij Allaah, Allaah zal je nooit in de steek laten, want je onderhoudt de bloedbanden, helpt de zwakken, eert je gasten, geeft liefdadigheid en helpt wanneer iemand problemen heeft.” Toen ging ze met hem naar haar neef Waraqah ibn Nawfal, die Christen was geworden. Toen hij hem vertelde wat gebeurd was, gaf hij hem goede berichten en bertelde hem, dit is de Naamoos welke Allaah aan Moosa zond. Hij moedigde hem aan geduldig te zijn als zijn mensen hem vervolgden en verdreven. Toen stopte de wahy een tijdje, en de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) was er verdrietig door. Op een dag, terwijl hij was aan het wandelen, zag hij de engel opnieuw, tussen de hemelen en aarde. Hij ging terug naar zijn huis en wikkelde zichzelf in een deken. Toen openbaarde Allaah de woorden (interpretatie van de betekenis):
“O jij ommantelde! Sta op en waarschuw!
[al-Muddaththir 74:1-2] 


Daarna, kwamen de openbaringen achtereenvolgend naar de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem).
De Profeet bleef dertien jaar in Makkah, oproepend voor de aanbidding van Allaah alleen, eerst in het geheim en dan openlijk, toen Allaah hem opdroeg de waarheid te verkondigen. Dus hij riep hen op op een aardige en vriendelijke manier, zonder te vechten. Hij riep zijn clan en dichtste familieleden op, toen waarschuwde hij zijn mensen en de mensen om hen heen, vervolgens waarschuwde hij alle Arabieren, daarna de Hele mensheid. Toen zei Allaah:
“Verkondig daarom wat bevolen is, en wend je af van de veelgodenaanbidders.” 
[al-Hijr 15:94] 


Een paar mensen, rijke mensen, nobele, de zwakke en de armen, mannen en vrouwen, geloofden in de Boodschapper. Allen werden vervolgd voor hun geloof. Sommigen werden gemarteld en enkelen werden gedood. Enkelen migreerden naar Etiopië, vluchtend van de vervolging van Quraysh, en enkelen werden samen met de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) vervolgd, totdat Allaah Zijn religie liet overwinnen.

Toen de Boodschapper de leeftijd van vijftig bereikte en tien jaar van zijn missie voorbij waren gegaan, overleed zijn oom Abu Taalib die hem tegen de vervolging van Quraysh had beschermd. Toen overleed zijn vrouw Khadeejah, die zijn troost was geweest, en de vervolging van zijn mensen nam toe. Zij vielen hem lastig en vervolgden hem met allerlei soorten kwellingen, en hij verdroeg het met geduld, de beloning van Allaah zoekend. Vrede en zegeningen van Allaah zij met hem.

Toen de vervolging van Quraysh te intens werd, ging hij naar al-Taa’if en riep zijn mensen op tot Islam maar zij antwoordden niet; in plaats daarvan beledigden ze hem en gooiden stenen naar hem, totdat zijn hielen begonnen te bloeden. Hij ging terug naar Makkah en ging verder zijn mensen op te roepen naar Islam gedurende Hajj en op andere momenten.
Toen nam Allaah Zijn Boodschapper in de Nacht Reis van al-Masjid al-Haraam in Makkah naar al-Masjid al-Aqsaa (in Jeruzalem), rijdend op al-Buraaq, vergezeld door Jibreel. Hij stopte en leidde de Profeten in gebed, toen werd hij mee naar boven genomen naar de laagste hemel, waar hij Adam zag, met de zielen van de gezegenden aan zijn rechterkant en de zielen van de verdoemden aan zijn linkerkant. Toen werd hij meegenomen naar de tweede hemel waar hij ‘Eesa en Yahyaa zag; toen naar de derde hemel waar hij Yoosuf zag; toen naar de vierde hemel waar hij Idrees zag; toen naar de vijfde hemel waar hij Haroon zag; toen naar de zesde hemel waar hij Moosa zag; toen naar de zevende hemel waar hij Ibraaheem zag. Toen werd hij meegenomen naar Sidrat al-Muntaha (de Lote-boom van de hoogste grens), en zijn Heer sprak tegen hem en legde elke dag en nacht vijftig gebeden aan hem en zijn ummah op. Toen werd dat verminderd tot vijg gebeden die verricht moeten worden, met een beloning van vijftig, en het gebed werd bevestigd als elke dag en nacht vijf gebeden voor de ummah van Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem). Toen keerde hij terug naar Makkah voordat het ochtendgloren kwam, en hij vertelde hen wat hem was overkomen. De gelovigen geloofden hem, maar de kaafirs niet.
“Heilig is degene die ‘s Nachts Zijn dienaar (Moehammed) van de Masdjid ak harâm (de gewijde Moskee te Mekkah) naar de Masjij al Aqshâ heeft gebracht, waarvan Wij de omgeving hebben gezegend, opdat Wij hem van Onze tekenen lieten zien. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende.”
[al-Israa’ 17:1 – interpretatie van de betekenis]

Toen stuurde Allaah aan Zijn Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) mensen die hem zouden helpen en steunen. Gedurende het Hajj seizoen, ontmoette hij een groep van de stam van Khazraj in Madeenah. Zij omarmden Islam, gingen toen terug naar Madeenah en verspreidden Islam daar. Het volgende jaar, waren ze met meer dan tien mensen, die de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) ontmoette,en toen ze weg gingen stuurde hij Mus’ab ibn ‘Umayr met hen om hen de Qur’aan en Islam te leren. Vele mensen werden door hen moslim, inclusief de leiders van de stam van Aws, Sa’d ibn Mu’aadh en Usayd ibn Hudayr.

Het volgend jaar toen het Hajj seizoen kwam, kwamen meer dan zeventig mannen van al-Aws en al-Khazraj en nodigden de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) uit om naar MAdeenaah te komen nadat de mensen van Makkah hem vervolgd en geboycot hadden. Gedurende de nacht van een van de dagen van Tashreeq, maakte de Boodschapper een afspraak om hen bij ‘Aqabah te ontmoeten. Toen een derde van de nacht voorbij was, kwamen ze naar buiten om hem te ontmoeten, en vonden de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem), vergezeld door zijn oom a;-‘Abbaas, die geen gelovige was, maar voor de aangelegenheden van zijn neef wilde zorgen. Al-‘Abbaas, de Boodschapper en de mensen spraken samen op een aangename manier, toen accepteerde de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) hun eed van loyaliteit op de basis dat hij naar hen in Madeenah zou migreren en dat zij hem zouden beschermen, steunen en verdedigen, en daartegenover zou het Paradijs van hun zijn. zij gaven hun eed van loyaliteit, een voor een, en dan gingen ze weg. Quraysh hoorden over hen, dus zij begonnen hen te achtervolgen. Maar Allaah redde hen van hen, en de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) bleef een tijdje in Makkah.
“En Allah zal zeker hen helpen die Hem (zijn godsdienst) helpen. Voorwaar, Allah is zeker Sterk, Geweldig.” 
[al-Hajj 22:40 – interpretatie van de betekenis] 


Toen droeg de Boodschapper zijn metgezellen op naar Madeenah te migreren, dus zij migreerden in groepen behalve degenen die verhinderd werden door de mushrikeen. Toen waren er geen moslims meer in Makkah behalve de Boodschapper van Allaah, Abu Bakr en ‘Ali. Toen de mushrikeen zich realiseerden dat de metgezellen van de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) naar Madeenah was gemigreerd, vreesden ze dat hij hen zou vergezellen en sterk zou worden. Ze waren het er over eens hem te doden. Jibreel vertelde de Boodschapper van Allaah daarover, dus de Boodschapper droeg ‘Ali op in zijn bed te slapen, en hij gaf de dingen die toevertrouwd waren aan de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) terug aan hun eigenaren. De mushrikeen brachten de nacht door voor de deur van de Boodschapper, wachtend om hem te vermoorden als hij naar buiten kwam, maar hij kwam in het midden van hen naar buiten en ging naar het huis van Abu Bakr, nadat Allaah hem had gered van hun complot. En Allaah openbaarde de woorden (interpretatie van de betekenis):
“En (gedenk) toen degenen die ongelovig waren, een list tegen jou beraamden om jou vast te binden of jou te doden of jou te verdrijven. En zij beraamden een list en Allah maakte een plan. En Allah is de beste der Beramers. ”
[al-Anfaal 8:30] 

Toen besloot de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) naar Madeenah te migreren, dus hij en Abu Bakr gingen naar de grot van Thawr en bleven daar drie nachten. Zij huurden ‘Abd-Allaah ibn Abi Urayqit, die een mushrik was, als hun gids, en zij lieten hem hun kamelen leiden. Quraysh werden gealarmeerd toen hij weg ging, en ze zochten overal naar hem, maar Allaah beschermde Zijn Boodschapper. Toen de zoektocht naar hem minderde, reisden ze naar Madeenah. Toen Quraysh wanhopig was hen te vinden, boden ze degene die een of beiden naar hen zou brengen tweehonderd kamelen. Dus de mensen maakte hun zoeken intenser en op weg naar Madeenah, vond Suraaqah ibn Maalik hen; hij was een mushrik en achter hen aan gegaan, dus de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) bad tegen hem en de benen van zijn paard zonken de grond in. Dus hij realiseerde zich dat de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) werd beschermd, dus hij vroeg de Boodschapper voor hem te bidden en zei dat hij hem geen kwaad zou doen. Dus de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) bad voor hem en Suraaqah ging terug, en leidde de mensen van hen weg. Toen werd hij Moslim na de overwinning van Makkah.

Toen de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) Madeenah bereikte, riepen de Moslims “Allaahu akbar!”uit, uit plezier van zijn komst. Mannen, vrouwen en kinderen kwamen jubelend naar buiten om hem te ontmoeten. Hij bleef in Quba, waar hij en de Moslims de moskee van Quba bouwde. Hij bleef daar voor meer dan tien nachten, toen reed hij weg op Vrijdag en bad Jumu’ah onder Bani Saalim ibn ‘Awdm toen reed hij zijn kameel en ging Madeenah binnen, met de mensen overal om hem heen de teugels van de kameel vastpakkend zodat hij bij hen zou komen. De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zei hen haar los te laten, want ze zou geleid worden (door Allaah), dus hij liep verder totdat ze op een plaats ging zitten waar vandaag de dag de moskee is.

Allaah maakte het mogelijk voor Zijn Boodschapper om met zijn ooms van moederskant dichtbij de moskee te blijven, dus hij bleef in het huis van Abu Ayyoob al-Ansaari, toen stuurde de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) iemand om zijn familie en dochters te brengen, en de familie van Abu Bakr, van Makkah, en dus bracht hij hen naar Madeenah.

Toen begonnen de Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) en zijn metgezellen zijn moskee te bouwen op de plek waar de kameel was gaan zitten. Hij maakte de qiblah richting Bayt al-Maqdis (Jeruzalem). Zijn pilaren werden gemaakt van boomstammen en zijn dak werd gemaakt van palmtakken. Toen werd de qiblah meer dan tien maanden nadat hij naar Madeenah was gekomen veranderd richting de Ka’bah.

Toen bracht de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) broederschap(mu’aakhkhah)  tot stand tussen de Muhaajireen
en de Ansaar. De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) maakte een verdrag met de Joden en schreef een document instemmend met vrede en Madeenah te verdedigen. De Joodse geleerde ‘Abd-Allaah ibn Salaam werd Moslim maar de meeste joden bleven kaafirs. In dat jaar huwde de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) ‘Aa’ishah (moge Allaah tevreden met haar zijn).
In het tweede jaar, werd de adhaan voorgeschreven, en Allaah veranderde de qiblah naar de Ka’bah, en het vasten van Ramadaan werd opgelegd.

De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) bleef in Madeenah en Allaah steunde hem met Zijn hulp. De Mhaajiroon en
Ansaar consolideerden hun mensen om hem heen, en hun harten waren toegewijd aan hem. De Mushrikoon, Joden en hypocrieten kwamen samen om hem te bestrijden; zij belasterden hem en maakten leugens tegen hem, en zij verklaarden hem de oorlog, maar Allaah droeg hem op geduldig, verdragend en tolerant te zijn. Toen hun kwaaddoen te erg werd, gaf Allaah de Moslims toestemming om te vechten, en de aayah werd geopenbaard (interpretatie van de betekenis):
“Toestemming (om te vechten) is gegeven aan degenen die bevochten worden, omdat zij  met onrecht behandeld worden. En voorwaar, Allah is zeker bij machte hen te helpen.”
[al-Hajj 22:39] 

Toen legde Allaah de moslims op degenen te bevechten die tegen hen vochten.

“En strijdt op de weg van Allah tegen degenen die tegen jullie strijden en overtreedt niet. Voorwaar, Allah heeft de overtreders niet lief.”[2;190 ] 
Toen gebood Allaah hen alle mushrikeen te bevechten:
“Maar bevecht alle veelgodenaanbdders zoals zij jullie allen bevechten en weet dat Allah met de Moettaqoen is. 
[al-Tawbah 9:36 – interpretatie van de betekenis] 


De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) en zijn metgezellen begonnen mensen op te roepen naar Allaah en naar streven in jihaad omwille van Allaah. Hij verijdelde de complotten van hun vijanden en verlichtte de onderdrukking van de onderdrukten. Allaah steunde hem met zijn hulp, totdat de religie helemaal voor Allaah was. Hij bevocht de mushrikeen in Badr in 2 AH, in Ramadaan, en Allaah schonk hem overwinning over hen en hij versloeg hen. In 3 AH pleegden de Joden van Bani Qaynuqaa’ verraad door een van de Moslims te doden, dus de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) verdreef hen van Madeenah naar Syrië. Toen wreekten de Quraysh zich die waren verslagen bij Badr. Zij verzamelden zich om Uhud in Shawwaal van het jaar 3 AH. De slag woedde en de schutters gehoorzaamden de opdracht van de Boodschapper niet, dus de Moslims bereikten geen overwinning, maar de mushrikoon gingen terug naar Makkah zonder Madeenah binnen te zijn gegaan.

Toen pleegden de Joden van Bani al-Nudayr verraad en waren vastberaden de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) te doden door een steen op hem te gooien, maar Allaah redde hem. Toen overwon hij hen in 4 AH en verdreef hen naar Khaybar.
In 5 AH viel de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) Bani al-Mustalaq aan om hun agressie af te weren. Hij overwon hen, en nam hun rijkdom en hun vrouwen en kinderen als buit. Toen probeerden de Joodse leiders de Bondgenootschappen (al-Ahzaab) tegen de moslims op te roepen, om een einde te maken aan Islam in zijn bakermat. Dus de mushrikoon, al-Ahbaash en de Joodse stam van Ghatafaan kwamen samen rondom Madeenah, maar Allaah verijdelde hun complot en gaf Zijn Boodschapper en de gelovigen overwinning:
“En Allah dreef de ongelovigen en hun woede (over hun verlies) terug; zij bereikten niets van het goede. En Allah hield (de ongelovigen) af van de gelovigen in de strijd. En Allah is sterk, Almachtig.”
[al-Ahzaab 33:25 – interpretatie van de betekenis] 


Toen beleegerde de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) de Joden van Bani Qurayzah, wegens hun verraad en het
breken van het verdrag. Allaah gaf hem overwinning over hen dus hij doodde hun mannen, nam hun vrouwen en kinderen als gevangenen, en nam hun rijkdom als buit.

In 6 AH, besloot de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) de Ka’bah te bezoeken en Tawaaf er omheen te verrichten,
maar de mushrikoon verhinderden hem ervan. Hij ging een verbond met hen aan bij al-Hudaybiyah, om het vechten voor tien jaar te stoppen, waar gedurende de mensen veilig zouden zijn en konden kiezen wat ze wilden. Toen traden de mensen in grote groepen de religie van Allaah binnen. [cf. al-Nasr 110:2].

In 7 AH, viel de Boodschapper Khaybar aan om een eind te maken aan de Joodse leiders die de Moslims kwaad deden. Hij belegerde hen, en
Allaah gaf hem de overwinning over hen. Hij nam hun rijkdom en land als buit, en hij stuurde brieven aan de koningen van de wereld, hen uitnodigend naar Islam.

In 8 AH stuurde de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) een leger, geleid door Zayd ibn Haarithah, om
met de aanvallers af te rekenen. Maar de Romeinen verzamelden een groot leger en doodde de Moslim commandanten, maar Allaah redde de rest van de Moslims van hun kwaad.

Toen braken de kuffaar van Makkah het verdrag, dus de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) koerste richten hen
met een groot leger en veroverde Makkah. Hij maakte de Ka’bah schoon van afgodsbeelden en bevrijdde het van de conservator van de kuffaar.

Toen kwam de veldtocht van Hunayn in Shawwaal van 8 AH, om de agressie van Thaqeef en Hawazen af te weren. Allaah overwon hen en de Moslims  maakten veel buit. Toen vervolgde de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zijn march naar al- Taa’if en belegerde het, maar Allaah verorderde niet dat het veroverd zou moeten worden, dus de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) bad voor hen, en ging toen weg. Zij werden daaropvolgend Moslim, toen ging hij terug en verdeelde de oorlogsbuit. Toen verrichten hij en zijn metgezellen ‘Umrah, toen ging hij terug naar Madeenah.

In 9 AH kwam de veldslag van Tabook in een tijd van moelijkheden en intense hitte. De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) ging naar Tabook om de complotten van de Romeinen te verijdelen. Hij kampeerde daar, maar er nam geen vechten plaats, maar hij maakte een verdrag met sommige stammen. Hij maakte oorlogsbuit buit, en kwam toen terug naar Madeenah. Dit was de laatste militaire veldslag waarin hij (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) vocht. In het zelfde jaar wilden delegaties van de stammen Islam binnen treden. Onder hen waren de delegaties van Tameem, Tayy’, ‘Abd al-Qays en Bani Haneefah. Zij werden allemaal Moslim, toen droeg de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) Abu Bakr op om de mensen dat jaar in Hajj te leiden. Hij stuurde ‘Ali (moge Allaah tevreden met hem zijn) met hem mee en zei hem Soorat Baraa’ah [al-Tawbah] aan hen te reciteren, om berouw van de mushrikoon te verklaren (baraa’ah). Hij zei hem de mensen op te roepen, dus ‘Ali zei op de Dag van het Offer: “O mensen, geen kaafir zal het Paradijs binnentreden en geen mushrik zal Hajj verrichten na dit jaar, en geen naakte persoon zal Tawaaf verrichten om de Ka’bah heen. Wie een verdrag met de Boodschapper van Allaah heeft, dan zal dat verdrag staan totdat het vervalt.”

In 10 AH besloot de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) Hajj te verrichten, en hij riep de mensen op hetzelfde te doen. Vele mensen van Madeenah en van ergens anders verrichten Hajj met hem. Hij trad in ihram in Dhu’l-Haleefahen bereikte Makkah in Dhu’l-Hijjah. Hij verrichte Tawaaf en Sa’ee’, en hij leerde de mensen hun rituelen. Hij gaf een grote en veelomvattende preek bij ‘Arafaah, waarin hij de goede regels van Islam bevestigde. Hij zei:
“O mensen, luister naar mijn woorden, want ik weet niet of ik jullie opnieuw zal ontmoeten na dit jaar. O mensen, jullie bloed, jullie rijkdom en jullie eer zijn jullie heilig zoals deze dag van jullie, deze maand van jullie, dit land van jullie. Elke uitoefening van jaahiliyyah is onder mijn voeten en de bloed vetes van de jaahiliyyah zijn opgeheven. Deze eerste claim van bloed die ik afschaf is die van  Ibn Rabee’ah ibn al-Haarith, die werd gezoogd onder de stam van Bani Sa’d en werd gedood bij Hudhayl. De ribaa van de jaahiliyyah is afgeschaft, en de eerste ribaa die ik afschaf is die van ‘Abbaas ibn ‘Abd al-Muttalib. Het is volledig afgeschaft.
Vrees Allaah met betrekking tot vrouwen, want jullie hebben hen genomen op de veiligheid van Allaah en jullie hebben hun lichamen wettelijk voor jullie gemaakt met de woorden van Allaah. Jullie recht over hen is dat ze niemand waar jullie afkeer van hebben toestaan op jullie bed te zitten. Als ze dat doen, sla hen, maar niet hard. Hun rechten over jullie zijn dat jullie vriendelijk tegen hen zouden moeten zijn en hen goed moeten kleden.

Ik heb jullie achter gelaten met iets, als jullie je eraan vasthouden, jullie niet zullen afdwalen nadat ik ben heengegaan: het Boek van Allaah. Als jullie over mij gevraagd werden, wat zouden jullie zeggen?” Zij zeiden: “We zouden getuigen dat u (de boodschap) heeft overgedragen, (het vertrouwen) vervuld en ons oprecht geadviseerd.” Toen wees hij met zijn wijsvinger naar de lucht en toen naar de mensen, en zei, “O Allaah, getuig, O Allaah getuig,” drie keer.
Toen Allaah deze religie perfect maakte en zijn basis principes waren gevestigd, openbaarde Allaah aan hem in ‘Arafaah:
“Vandaag heb ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb ik mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen.”
[al-Maa'idah 5:3 – interpretatie van de betekenis] 


Deze Hajj wordt Hujjat al-Wadaa’ (De Vaarwel Bedevaart) genoemd omdat de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) vaarwel zei aan de mensen, en daarna geen Hajj meer verrichte. Dan na deze Hajj voltooid te hebben, keerde de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) terug naar Madeenah.

In 11 AH, in de maand van Safar, werde de Boodschapper van Allaah (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) ziek. Toen de pijn te intens werd, zei hij Abu Bakr (moge Allaah tevreden met hem zijn) de mensen in gebed te leiden. In Rabee’al-Awwal werd zijn ziekte erger en hij (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) overleed in de morgen van Maandag 12 Rabee’al-Awwal 11 AH. De moslims waren ziek van verdriet ervan. De Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) werd gewassen (ghusl) en de Moslims verrichten het begrafenis gebed voor hem op de 13e, in de avond, en hij werd begraven in het huis van ‘Aa’ishah. De Boodschapper overleed, maar zijn religie zal blijven tot aan de Dag des Oordeels.

Toen kozen de Moslims degene die zijn metgezel was geweest in de grot gedurende de Hijrah, Abu Bakr (moge Allaah tevreden met hem zijn) als hun khaleefah. Na hem, ging de positie van khaleefah naar ‘Umar, dan naar ‘Uthmaan en dan naar ‘Ali. Dezen zijn de Khulafaa’ al-Raashidoon (de Recht-Geleidde Khaleefahs), moge Allaah tevreden zijn met hen allen.
Allaah zegende Zijn Boodschapper Muhammed geweldig en legde hem nobele eigenschappen op, zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):
“Heeft Hij jou niet als wees gevonden en jou bescherming gegeven? En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid. En Hij heeft jou behoeftig gevonden en rijk gemaakt. Wat de wees betreft; beledig hem niet. En wat de bedelaar betreft; wijs hem niet af. En wat de gunsten van jouw Heer betreft; Spreek daarover!”
[al-Duhaa 93:6-11] 


Allaah eerde Zijn Boodschapper met nobele eigenschappen welke niet gecombineerd werden in iemand anders, in zoverre dat zijn Heer hem prees voor deze eigenschappen:
“En voorwaarlijk, jij beschikt over een hoogstaand karakter.”
[al-Qalam 68:4 – interpretatie van de betekenis] 


Met deze nobele en prijzenswaardige eigenschappen, was hij (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) in staat om mensen samen te brengen en hun harten te verzachten, met het verlof van Allaah:
“En het was dankzij de Barmhartigheid van Allah dat jij zacht met hen was. en als je streng en hardvochtig was gewest, dan waren zij rondom jou uiteen gegaan. Vergeef hen du (hun fouten) en vraag vergeving voor hen en raadpleeg hen bij de zaak. En wanneer je dan besloten hebt, vertrouw dan op Allah. Voorwaar, Allah houdt van degenen die op Allah vertrouwen.”
[Aal ‘Imraan 3:159 – interpretatie van de betekenis] 


Allaah stuurde Zijn Boodschapper Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) naar de gehele mensheid. Hij openbaarde aan
het de Qur; aan en droeg hem op de mensen op te roepen naar Allaah, zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):
“En als een oproeper tot Allah, met Zijn toestemming. En als een verlichtende lamp.”
[al-Ahzaab 33:46] 


Allaah begunstigde Zijn Boodschapper Muhammad op zes manieren over de andere Profeten, zoals de Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zei:
“Ik ben op zes manieren begunstigd over de andere Profeten: Ik hen de mogelijkheid gekregen van kort en krachtige redevoering; Ik ben gesteund met vrees [ in de harten van mijn vijanden]; oorlogsbuit is toegestaan gemaakt voor mij; de aarde is zuiver gemaakt en is een moskee [ plaats van aanbidding] voor mij; ik ben naar de gehele mensheid gestuurd; en ik ben de zegel der Profeten.”
(Verteld door Muslim, 523) 


De gehele mensheid moet in hem geloven en zijn sharee’ah volgen om het Paradijs van hun Heer binnen te treden:
“en hij die Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt; Hij (Allah) zal hem het Paradijs binnenleiden, waar onder door de rivieren stromen. Zijzijn eeuwig levenden daarin. En dat is de geweldige overwinning.”
[al-Nisaa’ 4:13 – interpretatie van de betekenis] 

Allaah prijst degenen onder de Mensen van het Boek die in de Boodschapper geloven, en Hij geeft hen de blijde berichten van een tweevoudige belonging, zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):
“Degenen die Wij daarvoor (vóór de Koran) de Schrift gegeven hebben: zij geloven erin. En wanneer hij (de Koran) aan hen voorgedragen wordt, zeggen zij; “wij geloven erin. Voorwaar, het is de Waarheid van onze Heer. Voorwaar, wij hadden ons ervóór al overgegeven (aan Allah).”Diegenen zal hun beloning gegeven worden.”
[al-Qasas 28:52-54] 


De Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zei: “Er zijn drie die een tweevoudige beloning gegeven zal worden: iemand van onder de mensen van het Boek die geloofde in zijn Profeet en dan leefde tot aan de tijd van de Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) en in hem geloofde en hem volgde – hij zal twee beloningen hebben…”
Wie niet gelooft in de Boodschapper Muhammad (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) is een kaafir, en de straf van de kaafir is Hel, zoals Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):
“En wie niet in Allah en Zijn Boodschapper gelooft; voorwaar, Wij hebben voor de ongelovigen een laaiend Vuur bereidt.”
[al-Fath 48:13] 


De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) zei: “Bij de Ene in Wiens hand de ziel van Muhammad is, niemand onder deze ummah, Joden of Christenen, hoort van mij en overlijdt niet geloven in waarmee ik ben gezonden, of hij zal een van de mensen van de Hel zijn.”
(Verteld door Muslim, 154) 

De Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) was een mens dat niets wist behalve dat wat Allaah hem geleerd had. Hij kende het ongeziene niet en hij had geen kracht zichzelf of iemand anders te baten, zoals Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):
“Zeg: “Ik heb geen macht om voor mijzelf iets van nu te verwerven of schade af te wenden,behalve wat Allah wil. En als ik het onwaarneembare kende, dan zou ik het goede vermeerderd hebben en zou het kwade mij niet hebben getroffen. Ik ben niets dan een waarschuwer en een verkondiger van verheugende tijdingen voor een gelovig volk. ”
[al-A’raaf 7:188] 


Allaah stuurde hem met Islam zodat het kon overheersen over alle andere religies.
“Hij is Degene Die zijn Boodschapper met de Leiding en de ware godsdienst (de Islam) heeft gezonden om deze over alle godsdiensten te doen zegevieren. En Allah is voldoende als Getuige.”
[al-Fath 48:28 – interpretatie van de betekenis] 


De missie van de Boodschapper was de boodschap waarmee hij werd gestuurd over te dragen; leiding is in de hand van Allaah:
“En als zij zich dan afwenden: Wij hebben jou niet als waker over hen gezonden, jij bent niets dan een verkondiger.”
[al-Shoora 42:48 – interpretatie van de betekenis] 


Wegens de grote gunst die de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) heeft gedaan aan de rest van de mensheid, door
hen naar zijn religie op te roepen en hen van donkerheid naar licht te brengen, vergaf Allaah hem al zijn verleden en toekomstige zonden, en droeg ons op bij vele gelegenheden zegeningen op hem te sturen. Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):
“Voorwaar, Allah geeft Barmhartigheid en Zijn Engelen smeken om vergeving voor de Profeet. O jullie die geloven, smeekt om goede voor hem en spreekt de vredeswens over hen uit.”
[al-Ahzaab 33:56] 


De Profeet (vrede en zegeningen van Allaah zij met hem) streefde om deze religie te verspreiden, en zijn Metgezellen streefden met hem, dus we moeten zijn voorbeeld en zijn Sunnah volgen, en zijn lessen aanhangen, zoals Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):
“Voorzeker, de Boodschapper van Allah is voor jullie een goed voorbeeld: voor wie op (de beloning van) Allah en de laatste Dag hoopt, en voor wie Allah veelvuldig gedenkt.”
[al-Ahzaab 33:21] 


Islam is de religie van de fitrah (de natuurlijke staat van mensen) en rechtvaardigheid, de religie welke Allaah heeft gekozen voor de hele mensheid. Het heeft basis principes en minder belangrijke kwesties, etiquette, daden van aanbidding en omgangsregels met anderen. De ummah kan nooit slagen tenzij het Islam volgt en Allaah zal geen andere religie accepteren van mensen, zoals Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):
“En wie een andere godsdienst dan de Islam zoekt: het zal niet van hem aanvaardt worden en hij behoort in het Hiernamaals tot de verliezers.”
[Aal ‘Imraan 3:85] 


O Allaah, stuur zegeningen op Muhammad en op de familie van Muhammad, zoals U zegeningen stuurde op Ibraaheem en op de familie van Ibraaheem, want U bent de Prijzenswaardige, Vol van Glorie.

Van Usool al-Deen al-Islami by Muhammad ibn Ibraaheem al-Tuwayjri.
Islam QA
Vertaald uit het Engels door Amal
Moge Allah mij vergeven voor het maken van eventuele vertaalfouten, ameen.

Laatst aangepast op vrijdag 04 juni 2010 22:19
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen